Visie GOK
In het Sint-Vincentiuscollege willen wij d.m.v. vorming en opvoeding onze leerlingen laten uitgroeien tot gelukkige mensen die zich als persoonlijkheden willen inzetten voor de gemeenschap.
Omwille van haar eigenheid en specifieke ligging heeft onze school een lange traditie als leerlinggerichte, zorgzame school. Het welbevinden en de groeimogelijkheden van elke individu staan centraal: ons doel is een vorming als totale persoon, zowel op emotioneel en intellectueel vlak als op sociaal en moreel vlak.
Ongeacht de achtergrond of schoolloopbaan willen we elke leerling zoveel mogelijk kansen bieden om zichzelf verder te vormen en te ontplooien. Wij streven naar een hartelijke en open schoolcultuur waarin samen leven, samen leren en wederzijds respect de pijlers zijn van ons opvoedingsproject. Het is voor ons erg belangrijk dat iedere leerling zichzelf mag zijn en, wanneer hij zich (tijdelijk) niet goed voelt, dat we de leerling binnen een veilige context kunnen opvangen en helpen zodat hij zich maximaal kan ontplooien.
Rekeninghoudend met de Salamanca Verklaring van de UNESCO en mede vanuit onze opdrachtverklaring als Katholieke school willen wij actief werken aan de realisatie van het GOK-decreet. Een goed GOK-beleid wil de ontwikkelingskansen van elke leerling vergroten en jongeren maximale kansen bieden om binnen hun mogelijkheden een succesvolle schoolloopbaan uit te bouwen. Ons GOK-beleid is er voor zoveel mogelijk leerlingen: we ondernemen acties waarbij elke leerling baat heeft en we proberen de ontwikkeling van zoveel mogelijk leerlingen te optimaliseren. In het bijzonder werken we binnen GOK voor jongeren uit kansarmere milieus, leerlingen met een leer- of taalachterstand of met leermoeilijkheden. Ze hebben binnen ons schoolproject recht op extra begeleiding en ondersteuning.
Om dit alles goed te kunnen verwezenlijken wil onze school de thema’s doorstroming en oriëntering (eerste graad) / oriëntering bij in- en uitstroom (tweede en derde graad) en preventie en remediëring van ontwikkelings- en leerachterstanden (eerste graad) / preventie en remediëring van studie- en gedragsproblemen (tweede en derde graad) verder uitwerken, zowel op school-, leerkracht-, als leerlingniveau waarbij we ook de ouders actief willen betrekken. Het hele leerkrachtenteam bepaalde de keuze van deze thema’s d.m.v. een beginsituatieanalyse. Bovendien werden in teamverband ook de sterke kanten van onze school en de actiepunten in kaart gebracht.
Vanuit onze betrokkenheid bij het welbevinden van onze leerlingen, voelen we de nood aan van en zien we het belang in van het werken rond het eerste
thema, want er is een grote wisselwerking tussen een goede oriëntering en het welbevinden. Vanuit onze betrokkenheid bij de steeds veranderende
maatschappij zien we de nood om te werken aan het tweede thema. Daar waar vroeger de leraar de vakspecialist was die de leerinhoud zo pedagogisch
mogelijk probeerde over te brengen, zien we een verschuiving: de leraar moet nu ook kunnen inspelen op en hulp bieden bij leermoeilijkheden,
leerstoornissen, socio-emotionele problemen door echtscheidingen, gebroken gezinnen, ziekte en verlies, een moeilijke thuissituatie, de complexere
en veeleisende maatschappij.
Bij de thema’s die we kozen, zijn zowel het inschrijvingsbeleid als de systematische begeleiding van het keuzeproces belangrijk. Door de afstemming
van onze basisaanpak op alle leerlingen moeten we proberen het verschil in bagage van de kwetsbare leerlingen te ondervangen. Ook de zorg voor een
krachtige leeromgeving en de keuze voor motiverende organisatievormen dragen hiertoe bij en ze bevorderen een positief zelfbeeld. In deze preventieve
onderwijsaanpak moeten we breed evalueren en proberen we zeker ook het positieve in kaart te brengen. De competenties van onze leerlingen zijn nog
volop in ontwikkeling en leerlingen moeten dan ook kansen krijgen om verder te ‘groeien’. Het systematisch evalueren van leerervaringen en leerprestaties
zal de kans verhogen op efficiënt ingrijpen en bijsturing waar nodig. We moeten hierbij waken over de aangeboden kwaliteit : het bereiken van de
eindtermen en ontwikkelingsdoelen is cruciaal. Naast preventief optreden, moeten we daarnaast ook zorgen voor aangepaste remediëring, zowel wat het
inhoudelijke als het leerproces zelf betreft. Dit sluit naadloos aan bij onze werking rond leren leren. Breed evalueren betekent ook dat we peilen naar
het welbevinden en de betrokkenheid van onze leerlingen. Zo kunnen we bij de advisering rond de schoolloopbaan van leerlingen rekening houden met alle
aspecten en de totale persoonlijkheid van de leerling en kan een positieve keuze worden gemaakt. Hiertoe kunnen we rekenen op de professionele ondersteuning
van onze C.L.B.-medewerkers. Ook aan de inbreng van en de communicatie met de ouders moet op dit vlak gewerkt worden.
Om te waken over een brede basisontwikkeling van alle leerlingen moeten we ons een gedifferentieerd beeld kunnen vormen van de hele klasgroep. D.m.v. een screening van de eerstejaars bij het begin van het schooljaar kunnen we leer- en ontwikkelingsachterstanden opsporen en een klassikaal of een geïndividualiseerd hulptraject uitwerken. Ook het welbevinden van de leerlingen moet in de loop van het schooljaar in kaart gebracht worden, zowel d.m.v. formele bevraging als door occasionele observaties en gesprekken. Dit kan dan via de klassenraden en klassenleerkrachten verder aangepakt of opgevolgd worden. Binnen de visie van onze school past een gestructureerde en actieve leerlingbegeleiding in nauwe samenwerking met het C.L.B., waarbij de desbetreffende leerlingen en ouders betrokken worden. Een degelijk leerlingvolgsysteem kan zorgen voor professionalisering. Ook het motiveren van de nascholing van vakleerkrachten en leerkrachten met een GOK-opdracht zal zorgen voor meer deskundigheid en betrokkenheid. Het kunnen inschatten van de mogelijkheden en de verhoogde vakkundigheid moeten leiden tot optimalisering van de begeleiding en het aantrekken van externe specialisten (logopedisten, gon-begeleiders, therapeuten, psychiaters, …) wanneer er nood is aan expertise.
Hiertoe werken we een actieplan uit op school-, leerkracht- en leerlingniveau dat regelmatig bijgestuurd en geëvalueerd zal worden door het hele team. Zelfonderzoek leerde ons reeds dat we in onze GOK-werking kunnen steunen op stevige pijlers zoals de dynamiek en de betrokkenheid van onze leerkrachten bij onthaaldagen, leren leren, sportinstuiven, wellness-project, bezinningsdagen, carnavalbal, SIDIN, informatieavonden door oud-leerlingen, … evenals op het engagement van het C.L.B., de open en directe communicatie met onze leerlingen en hun ouders en de soepelheid van onze beleidsvorming.
De volgende jaren willen we dit met alle leerkrachten verder uitwerken. Als we willen zorgen voor een sterke en warme school waar iedereen een gelukkige tijd beleeft, dan impliceert dit dat de doelstellingen voor de nieuwe GOK-cyclus ondersteund worden door de directie en de leerkachten met een GOK-opdracht, maar bovenal gedragen worden door het hele schoolteam: een optimale ontplooiing van alle leerlingen en de bijzondere zorg voor de kwetsbaren, moet het uitgangspunt zijn. Elke collega staat voor de uitdagende taak om ernaar te streven dat de kloof tussen de sociaal-economisch zwakkere leerling en de leerling uit een sterker economisch milieu minder diep en breed wordt. ‘We kunnen niet van alle kinderen dezelfde sterren maken, wel kunnen we ervoor zorgen dat ze allemaal schitteren’.
Het GOK-team